Ethisch handelen en nondualiteit 
Ethisch handelen is een kenmerk van bewustzijn.
Onethisch handelen is een kenmerk van onwetendheid.
(Socrates)

We kunnen iets slechts doen,

ondanks dat we weten dat het slecht is.
(Aristoteles)

Bovenstaande uitspraken van de genoemde twee grootheden uit de oudheid biedt de mogelijkheid een virtuele discussie tussen hen te bedenken. Vlammend, scherpzinnig, geslepen.
Ogenschijnlijk staan deze uitspraken tegenover elkaar. Socrates stelt dat de mate van bewustzijn bepalend is voor de mate waarop ethische handelingen plaatsvinden. Aristoteles stelt dat bewustzijn daarvoor helemaal niet bepalend is, omdat we iets slechts kunnen doen terwijl we dat weten.
Daartussen kunnen we verder alle variaties bedenken die er maar mogelijk zijn.
Je kunt een goede en betrouwbare boekhouder zijn voor een bedrijf die zich bezig houdt met het fabriceren van gifgas voor oorlogsdoeleinden. Je kunt wapens schenken aan een door drugkartels met uitroeiing bedreigde, groep indianen uit het regenwoud. Je kunt je willens en wetens laten kruisigen voor de ogen van je moeder en je geliefden. Dit alles voor een hoger doel, een bedacht doel welke, wat mij betreft, humbug is. Of jezelf voordoen als profeet en voor hetzelfde “hoogstaande” doel een dergelijk verhaal verzinnen.
Ik herinner mij een korte informele uitwisseling tussen Alexander Smit, mijzelf en een andere bezoeker. Het ging over een wederzijdse kennis ( van Alexander en mijzelf) die in het huis van bewaring zat. Omdat ik in die tijd voor de verslavingszorg werkte, onder andere in het betreffende huis van bewaring, hadden we het over hoe je nou goede zorg levert aan verslaafde gedetineerden.
Omdat we beiden niet erg veel geloof hechten aan zachte heelmeesters waren we daar wel redelijk snel uit. De bezoeker in kwestie opperde dat het toch liefde moest zijn welke mij tot dit werk dreef.
Alexander maakte toen de opmerking, “ik heb nou niet bepaald de indruk dat Volker daar bezig is met het uitdragen van de liefde.” Iets wat volkomen klopte, liefde voor de gedetineerde medemens was niet mijn primaire drijfveer. Dat lag meer in de sfeer van gedrevenheid, de mogelijkheid om iets te doen. Iets te doen aan “damage control” voor mensen die voorbestemd leken om het huis van bewaring te verlaten in een psychotische dak en thuisloze situatie. Maar om dat werk goed te doen moet je het kunnen, en ik kan dat goed. Net zoals een hond die zijn ballen likt omdat -ie het kan. Niet omdat er een ethisch beginsel onder verscholen gaat.
Ik sprak daar, in de gevangenis, met een bekende zware jongen. Iemand die maar met zijn vingers hoefde te knippen om iemand “om” te laten leggen (en dat soms ook deed). Deze besteedde een belangrijk deel van zijn tijd in de bajes om in de gevangeniscommissie van gedetineerden zitting te nemen. Om van daaruit de gevangenis-rechten van zijn medegedetineerden, te vuur en te zwaard te verdedigen. Een aimabele man in de korte gesprekken die ik soms met hem had. Maar eenmaal “buiten” gekomen was hij weer de berekenende crimineel die voor niets terugdeinsde. Ik kon deze man geen gebrek aan bewustzijn aanrekenen, meer een gebrek aan geweten. (Iets wat trouwens een hersenfunctie schijnt te zijn i.p.v. een bewust verworven ethisch besef.)

We zouden dus kunnen stellen dat ethisch handelen afhankelijk is van meer factoren dan bewustzijn.
Geweten speelt daar een belangrijke rol in. Maar zeker ook de sociale omgeving waarin een mens is geconditioneerd, c.q. opgegroeid. Het ethisch besef van een religieus fanaat zit anders in elkaar dan die van een humanist, een boeddhist of een Hindoe. De daaruit voortkomende handelingen kennen een verschil. En allen zijn er van overtuigd het juiste te doen. En ik vrees, dat dat juist is.
Handelend vanuit hun natuur, vanuit dat wat hun bekend is en waar men bereid is voor te sterven.

Een van de belangrijkste hoofdstukken uit de Mahabharata is het gesprek tussen Krishna en Arjuna dat letterlijk plaatsvindt vlak voor het moment dat twee enorme legers op het punt staan elkaar de hersens in te slaan. Arjuna is bevangen door twijfels. Hij ziet het leed, de pijn, het bloed en de wreedheid welke besloten ligt in deze onderneming. Hij zou de Advaitaweb Krishna Arjunaveldslag kunnen voorkomen, maar is niet in staat hierin een besluit te nemen. Krishna grijpt in en legt Arjuna de onoverkomelijkheid van het lot der wereld en de mensheid uit. Daarbij toont Krishna zijn ware gedaante aan Arjuna. En Arjuna schouwt de eeuwigheid, het rad van leven en geboorte, het absolute waarin dit alles plaats vindt. Dit inzicht is van dien aard dat hij vervolgens, zonder twijfel, het startsein geeft tot een van de bloedigste veldslagen uit de Mahabharata. In deze veldslag, zo wordt beweerd in dit epos, strijdt Krishna mee met het leger van Arjuna en wint het leger van Arjuna de slag.

Handelde Krishna ethisch? Handelde Arjuna ethisch? Vanuit de context van dit verhaal absoluut. Vanuit de context van het verslagen leger beslist niet, maar helaas zijn daar naar mijn weten geen geschriften over bekend. Het laat zich echter raden.
Uiteindelijk verschilt het niet veel met de hedendaagse religies die, met God of Allah in hun vaandel, bezig zijn met de huidige wereldoorlog. Alle partijen claimen ethisch handelen, alle partijen verwijten elkaar onethisch handelen. Ze hebben gelijk, ze doen beiden.

Het lijkt er dus welhaast op dat ethisch handelen altijd direct verbonden is met dualiteit. En dat is waar. Waar binnen de begrippen die we over ethisch handelen hebben. Begrippen waar maatschappelijke consensus over is. Wat betekent dan nog ethisch handelen binnen de sfeer van non-dualiteit? Dit laatste vooral ook in het licht van verwijten naar leraren die seks hebben met hun leerlingen, of moeite hebben hun “vibhuti” producerende handen thuis te houden bij minderjarigen.
 
En wat te denken van bijvoorbeeld het drama in België van een paar jaar terug. (Het verborgen lijk in de tuin, gijzeling, de zelfmoord in de gevangenis van de goeroe.) Kortom toch ook geen voorbeelden voor wat betreft ethisch handelen. En de neiging om dat laatste te claimen als logisch gevolg van het realiseren van onze natuurlijke staat, is onmiskenbaar aanwezig, en daardoor ook een valkuil van de eerste orde.
Enerzijds omdat de vergankelijkheid der objecten helder is, kan gezegd worden “het maakt niet uit wat ik doe, dus ik rotzooi maar wat aan”. Dus men verliest zich in dit aanrotzooien, en het licht gaat uit. Anderzijds omdat de vergankelijkheid der objecten angst en lijden omvat, is er als vanzelf mededogen en daaraan gekoppelde handelingen welke als ethisch handelen worden bestempeld. Maar men verliest zich in het leed van de wereld, weliswaar met de Nobelprijs voor ethiek in handen, maar het licht gaat uit.
 
De stap welke voortvloeit uit inzicht hebben in de vergankelijkheid der objecten is een stap, de volgende stap is iets wat niet gedaan kan worden, maar zich op volkomen natuurlijke wijze voltrekt. Ethisch handelen, staat dan los van elke “persoonlijke activiteit.” Je zou kunnen stellen dat elke handeling die eerst door het filter van de persoonlijkheid gaat, nooit als zuiver ethisch beschouwd kan worden. Net zo min als een handeling die “zomaar als vanzelf” plaatsvind, want dat is meestal weer onderhevig aan automatische en geconditioneerde onnadenkendheid. Onbewust. Een bron van lijden, oorzaak en gevolg.

Ethisch handelen is, zoals Socrates terecht opmerkte, een kenmerk van bewustzijn. Het tweede deel van zijn uitspraak “onethisch handelen is een kenmerk van onwetendheid” zou vanuit de sfeer van non- dualiteit aangevuld kunnen worden met “welke blijkt uit de claim dat er een ik is, die (ethisch of onethisch) handelt.” De uitspraak van Aristoteles -We kunnen iets slechts doen, ondanks dat we weten dat het slecht is - impliceert altijd een ik die beoordeelt of iets goed of slecht is. Een ik die onderhevig is aan de inhoud van verlangens, gedachten en angsten en deze drijft tot tegennatuurlijke handelingen welke op hun beurt weer ten grondslag liggen aan lijden geboorte en dood.

Handelingen van de gerealiseerde jegens de zoeker zullen dus altijd gericht zijn op toenemend bewustzijn, wat mij betreft de ware ethiek, en zijn dientengevolge niet onderworpen aan de algemeen heersende consensus over wat ethisch handelen is.
Toch zullen deze handelingen zelden of nooit in strijd zijn daarmee, en daarin onderscheid de meester zich van de amateur.
Graag sluit ik deze overweging af met de woorden van Ramesh Balskar,

“Every action is a divine happening thru a human object,
  not something done by someone...”