Ramesh Balsekar

Oktober - november 1999 bezochten mijn vrouw en ik Ramesh Balsekar in zijn woning te Bombay. ”You knew Alexander? Hm…? Did you see the movie one flew over cuckoo’s nest?Yes?? .. great, Alexander looks like that Indian Guy, did you see ..? Yes? Yes!”
Vanuit het hotel in Bombay met de taxi naar het huis van Ramesh duurt ongeveer een half uur. Een krankzinnige stad met nog krankzinniger verkeer. Op voorhand het gehossel van taxi- chauffeurs de kop ingedrukt met de simpele verplichting de meter te gebruiken. Onze chauffeur had zelfs een fotootje van Balsekar aan z’n spiegel hangen. Balsekar bracht hem veel geluk, zo zei hij. Ramesh ontving ons allerhartelijkst. Ondanks zijn hoge leeftijd (hij was toen ongeveer 82 jaar) is hij erg kwiek en ziet er gezond uit. Hij stelde direct belang in het doel van onze komst en de stand van zaken aangaande ons zelfonderzoek. Ik bracht hem op de hoogte van onze voorgeschiedenis met Alexander zodat het gesprek zonder al te veel omwegen een aanvang kon nemen.

”Zelfrealisatie of verlichting is niets meer dan het diepst mogelijke begrip van het gegeven dat er niet zo iets is als een individueel doenerschap. Gebeurtenissen gebeuren. Alle actie is een heilig gebeuren door een menselijk object, het is niet iets wat verricht wordt door een ik.”

Bovenstaande uitspraak van Ramesh komt er in weze op neer dat individuele keuzevrijheid schijnbaar is. Het individu als zodanig bestaat niet, hoe kan iets wat niet bestaat dan keuzes maken?
Het is de aard der dingen welke ten grondslag liggen aan handelingen, gedachten en gevoelens. Zoals de dief die steelt ooit de cel ingaat, oogst de heilige lof voor zijn levenswandel. Geen heilige zonder dief, geen dief zonder heilige. Je zou kunnen zeggen dat zolang we niet werkelijk onze natuurlijke staat hebben gerealiseerd, we ons blijven vastklampen aan lichaam, denken en voelen. Zolang we dat doen blijven we ons identificeren met de persoon en zijn handelingen, is er een IK, is er sprake van schuld en boete tot in eeuwigheid. De realisatie van onze natuurlijke staat, dat wat we werkelijk zijn, is de ultieme vrijheid, de vrijheid waarin de heilige en de dief uiteindelijk oplossen en versmelten.
(Wordt vervolgd.)