Rusten ga ik weldra
Rusten ga ik weldra
in mijn eigen verruimde schoot
eindelijk rusten ga ik
in mijn velden zonder oorsprong.

Ontvang mij dan
groot lichaam zonder grenzen
ontvang mij dan
groot onuitblusbaar vuur.

Vader en moeder der eeuwige geboorte
laat mij verdwijnen in uw zee van licht
zelf licht geworden weer
en zachte trilling tijdeloos.

Het niet weten
Hoe zou ik weten wat ik ben
ik die alles ben?
alles kent zichzelve niet
het is.

Hoe zou ik weten dat ik ben
ik die alles ben?
het ik is in het al verdwenen
voor kennis is geen plaats.

Hoe zou ik weten dat ik ben
ik die ben?
zijn is niet iets zijn
het is zichzelf genoeg.

Een psalm
Hemel en aarde verkondigen uw glorie
zee van zaligheid
waarin wij bodemloos baden

Hemel en aarde ademen uw majesteit
groot lichaam zonder begin
en zonder einde.

Hemel en aarde, uit uzelf gekomen,
voeren ons weer naar u
onbeweeglijke cirkel die de beweging
voedt.

Hemel en aarde zijn uw heiligdom
over de velden gaan onze handen zegenend
en ik word u die mij geworden zijt.
 
 

Gedichten overgenomen uit "Zangen van Ongrond"
Een uitgave van; Altamira Becht
Isbn nr. 90-6963-489-9